Driejarige brugperiode

Het voortgezet onderwijs begint met minstens één brugjaar. Een jaar dat een ‘brug’ slaat tussen basisonderwijs en voortgezet onderwijs. De scholen hebben echter de vrijheid ook het tweede en het derde leerjaar in te richten als brugjaar om daardoor de definitieve keuze voor een afdeling één of twee jaar uit te stellen. Wij hebben vanaf de start van de Mammoetwet in 1968, bewust gekozen voor de mogelijkheid van een driejarige brugperiode.

We vinden het belangrijk om de mogelijkheden voor leerlingen zo lang mogelijk open te houden. Door de heterogene samenstelling van de leerlingenpopulatie en het unieke begeleidingssysteem in de verlengde brugklassen is het voor de meeste leerlingen mogelijk de keuze voor havo of vwo tot ver in het derde leerjaar uit te stellen. De gedachte hierachter is dat dit een positieve bijdrage kan leveren aan de ontwikkelingskansen van kinderen.

In brugklas 1, 2 en 3 wordt in principe lesgegeven op vwo-niveau. Wel kunnen leerlingen die na klas 1 al zeker weten dat ze naar havo gaan, kiezen voor de 2havo-klas. Leerlingen die na klas 2 al zeker weten dat ze naar havo gaan kunnen kiezen voor de 3havo-klas (vanaf schooljaar 2020-2021). Leerlingen die hiervoor kiezen worden bij elkaar geplaatst in een 2havo-klas, dan wel een 3havo-klas en krijgen les op havo-niveau. Het kan voorkomen dat leerlingen geclausuleerd bevorderd worden naar de havo in klas 2 of 3. De uitslag van de rapportvergadering is hierin bindend.

We proberen een pedagogisch-didactisch klimaat te creëren dat de leerlingen uitdaagt een zo passend en goed mogelijk niveau voor de leerling te bereiken. Het uitgangspunt daarbij is, leerlingen in ruime mate hulp te bieden als zij die nodig hebben en leerlingen die meer aankunnen dan het gemiddelde te stimuleren extra vakken in hun programma op te nemen. Een evenwichtige balans is daarbij van belang.

De leerlingen in de eerste drie brugjaren krijgen allemaal dezelfde verplichte vakken. Na elke periode krijgen de leerlingen de mogelijkheid om een keuze te maken uit modules in het VVV-programma (versterking, verbetering, verdieping). De versterkings- en verbeterlessen zetten we in als krachtig middel om de driejarige brugperiode goed neer te zetten. We besteden in deze lessen aandacht aan algemene vaardigheden (taal,- reken- en sociale vaardigheden) en we bieden vakinhoudelijke hulp aan leerlingen die dat nodig hebben. Wanneer leerlingen extra begeleiding nodig hebben buiten de reguliere begeleiding, kunnen ze tegen een kleine vergoeding gebruik maken van SST of SST-extra. In de verdiepingsmodules bieden we diverse extra vakken aan voor leerlingen die dit aankunnen.

 

-onderdeel schoolgids 19/20-

 

In klas 1 had ik wat moeite met wiskunde, daar heb ik paar weken begeleiding voor gehad. Daarnaast kon ik nog wel het vak inleiding klassieke cultuur volgen.